Tekstschrijver en communicatieadviseur:


terug naar de homepage van De Tekstenman


... naar wat De Tekstenman voor u betekenen kan ...


Mijn mening en andere verhalen




Vragen beantwoorden van de Culturele Raad Leek (februari 2011)




Met zijn tween

2 januari 2009... Vandaag, zo had ik mij voorgenomen, zou ik gaan kijken bij het Leekstermeer. Ik had natuurlijk mijn bedenkingen... Zou je er wel kunnen schaatsen? Mijn laatste keer daar was - wat was het ook al weer? - 1997...? En als het er dichtbij de kant goed uitziet, hoe zou het dan verderop zijn? Nou ja..., echt bang zijn we niet uitgevallen, dus ik toog vol goede moed naar Cnossen.
Daar aangekomen, zag ik op de kant de schoenen liggen van drie personen. Ik keek het water, eh... ijs... over, maar nergens een schaatser te bekennen! Ook was er geen sterveling aan wal. Heel even bekroop mij een bijzonder akelig gevoel...
Gelukkig, daar kwam iemand aanlopen! Net als ik een muts op het hoofd, maar anders dan ik een oranje zonnebril erbij op de neus. Ik herkende de man daardoor niet. "Ik woon hier", wees hij op het fraaie pand aan het water. "O, dus je bent meneer Cnossen, ik had je niet herkend." We stelden ons nog eens aan elkaar voor. "Ik heb hier woensdag al met mijn zoons geschaatst", vertelde de uitbater van het watersportcentrum, met een zweem van die oer-Hollandse onverschrokkenheid in zijn stem. "We zijn het hele meer rondgeweest. 't Kraakte wel, maar het kon nt..."
Chris trok zonder enige terughoudendheid zijn schaatsen aan. Om z'n schouders hing een lang, stevig touw. Ook had hij een lange stok met prikpunt eraan bij zich. Dat boezemde vertrouwen in. Hij wachtte op me tot ik klaar was met het aanbinden van mijn Noren. "Ik ben blij dat we met zijn tween zijn", biechtte ik nog vr de eerste slagen op.
En daar gingen we samen... Het ijs bleek overal tamelijk dun. Vierenhalf, vijf centimeter op veel plekken, dus eigenlijk behoorlijk onverantwoord... Maar ja, de zon scheen en het winterse plaatje was adembenemend fraai. "Machtig mooi, niet?", sprak Chris vol bewondering. Geen spoor van twijfel in zijn stem.
Halverwege het tochtje, dus precies aan de andere kant van het meer, hield hij plotseling in. Ik schrok ervan. "Ik kom net terug van een weekje griep, dus ik moet het nog rustig aan doen", was zijn uitleg. Ok, vandr... "Hmm... ...het ziet er hier trouwens niet best uit", vervolgde hij. Ik kreeg terstond het angstaanjagende gevoel dat we elk moment door het ijs konden zakken. Maar dat gebeurde niet.
Toen we daar stonden, liet Chris me links en rechts de stukken van "n nacht", "twee nachten" en "drie nachten" ijs zien. Hij doceerde dat je ook kunt hren hoe dik het ijs is. En hij vertelde dat hij altijd als eerste op het meer schaatst. "Kijk, dit is linke soep", wees hij opeens opzij. Met zijn lange stok demonstreerde hij hoe dun het ijs was op nog geen anderhalve meter bij ons vandaan! Hij kon het bevroren water z doorprikken. "Hier zwommen eergisteren nog eenden", vertelde hij. "We kunnen er niet langs."
Chris zocht naar een goed alternatief, maar zag er niet zo gauw een. Toen doemde er als uit het niets een andere schaatser op, in een flitsend blauw pak. Deze snelle schuiver vloog ons aan de andere kant van de zwakke plek voorbij, vlak langs het riet. Hij stak al schaatsend olijk een hand op - n weg was hij... Enfin, we wisten het nu: zijn route werd ook onze route.
We gingen verder, en het ijs onder ons zong allerlei ijzingwekkende melodien. Het voelde alsof ik regelrecht een horrorfilm inschaatste. "Blijf maar een meter of twintig achter me", vertrouwde Chris me onder het kraken geruststellend toe. "Je weet maar nooit..." Met alle plezier liet ik hem voorgaan...
Het laatste stuk, voor de wind, zeilden we bijna helemaal vanzelf. Af en toe zakten we wat weg in slap bovenijs, en soms moesten we gemene opstaande brokken ontwijken. Maar het ging prima, en het ging vlug. Het ijs was op een aantal plaatsen zelfs supermooi vlak. Toch moesten we bij elke slag goed kijken waar we onze schaats neerzetten. Een ongeluk...
Na ruim een half uur waren we terug. Ik slaakte inwendig een zucht van verlichting, toen ik eenmaal voet aan wal zette bij Cnossen. Opeens zegt Chris tegen me: "Man, wat was k blij dat je erbij was. In m'n eentje had ik het nooit gedurfd."





Onderstaande columns verschenen eerder in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier). (Klik op Regio Noord, Westerkwartier, Downloads.)
Verder naar beneden zijn nog enkele andere teksten te vinden. En kijk ook eens op VV Leek Rodenburg, klik op 'De Spil Online', dan op 'De Pen van' en vervolgens op 'W. van Schie.'

Reageren? Stuur een e-mailbericht naar De Tekstenman.



Libelle en Margriet

Ooit solliciteerde ik bij de Libelle, in mijn geboortestad Haarlem. Uit 400 kandidaten was ik een van de vijftien die werden uitgenodigd voor een gesprek. Dat verliep fantastisch. De redactiechef glimlachte de hele tijd, tot ze mij vroeg: 'Waarom Libelle?' Naar waarheid antwoordde ik: 'Het had ook de Margriet kunnen zijn.' Ik heb nooit meer een gezicht zo snel zien verstrakken.
Jaren later woont mijn moeder in een bejaardentehuis in Haarlem. Ze leest de Libelle en de Margriet, maar als ik ben geweest, weet ze dat de volgende dag niet meer. Toch rijd ik zo vaak ik kan naar haar toe. Maar vaak kan ik niet. (Ondernemer, h.)
Die zaterdag kon ik wl. Ik moest 's ochtends in Hilversum zijn en 's avonds in de kop van Noord-Holland. Tussendoor had ik de hele middag vrij. Door 'praatje hier, praatje daar' kwam ik later aan dan ik wilde, maar mt twintig roze roosjes. Ik had nog vijf kwartier, tot half vijf.
Mijn moeder zat druk te sjoelen, in de gemeenschappelijke ruimte beneden. 'Maak het maar even af, ma', zei ik. Maar ze is de snelste niet meer, dus ik kon haar pas na tien minuten meenemen naar haar kamer, op de zevende verdieping. Beneden zocht ik eerst haar handtas, want daarin zit de sleutel. Die tas was onvindbaar. Ook het personeel van het bejaardentehuis wist niet waar hij was. Geen punt. De deur zou vast wel open zijn.
Ik hees ma in haar rolstoel, en we gingen de grote hal door naar de lift. Onderweg liep ik een oude bekende tegen het lijf. Dan met je even bijpraten. Toen kwam de lift. Met een langzamer-dan-slakkengangetje gleden we naar boven. Daar bleek haar deur wel degelijk op slot. Ik wilde mijn moeder laten staan en naar beneden rennen om de sleutel nogmaals te zoeken, maar vond dat toch te ver gaan. Dus wachtten we samen op de lift. Die bracht ons in hetzelfde tempo omlaag. Om niet het hele eind met de rolstoel door de hal te hoeven sleuren, parkeerde ik mijn moeder pardoes bij de kennis van vroeger, die dat wel begreep.
De tas was er echt niet. Dus wij weer naar boven, wachten op een wonder. Dat kwam snel aanlopen, in de persoon van de jongste bediende. 'Hij ligt waarschijnlijk binnen. Ik open de deur wel', zei ze. 'Vanmorgen was hier iemand aan het werk. Ze zijn de tas vergeten toen ze uw moeder ophaalden.'
Binnen sneed ik eerst de bloemen flink schuin af en zette ze in twee vazen. 'Ik moet naar de wc', klonk het toen. Ma's boodschappen kwamen traag op gang... Ik sjouwde haar daarna weer in de rolstoel en hielp haar vervolgens plaats te nemen in de luie kamerstoel. Hh, we zaten...
Ik keek meteen op de klok. Half vijf! Ik pakte de stapel Margrieten en Libelles die altijd voor ons klaarligt, deed ma in de rolstoel en bracht haar 'gauw' naar beneden. Daar legde ik de bladen even weg om mijn moeder in de gewone stoel te helpen. 'Goh, gaat u al weer?', merkte iemand op.
Drie zoenen later zat ik met deze steek onder water n een kater in de auto. Eenmaal op weg bedacht ik ineens dat ik die Margrieten en Libelles was vergeten! Ik mijmerde wat over korte- en langetermijngeheugen en besloot meteen het weekend erop weer naar Haarlem te gaan. Niet voor die tijdschriften of voor mijn moeder, maar gewoon voor mezelf. En ja, ik ben inderdaad gegaan.

Bedankt voor alle aandacht. Volgend nummer neemt een ander het schrijfstokje van me over.

December 2008, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Mijn gouden racefiets

Eigenlijk zou ik u dit verhaal niet moeten vertellen. Want straks wilt u het misschien allemaal anders gaan doen. U bent dus gewaarschuwd.
Ik schets u eerst mijn achtergrond. Ik was geen heilig boontje n ik wilde graag opvallen. Mijn ouders hebben hieraan geen schuld. Zij voedden mij netjes op, ik ben als katholiek kind zelfs enkele jaren misdienaar geweest. (Mijn enige jeugdzonde, vind ik nu.) Op m'n veertiende dronk ik bier. En ik jokte tegen Oom Agent dat ik zestien was toen ik als vijftienjarige op mijn eerste brommer, een licht opgevoerde Solex, door de straten van Haarlem scheurde. Zonder harenplattende hoofdbeveiliger, maar dt mocht toen nog.
Ik had daarna een Mobylette die ik pimpte tot verchroomde 'Silver Speed', zoals ik het rijwiel noemde. Slechts twee andere, enigszins vergelijkbare, exemplaren reden er in de stad rond. Het mijne verkocht ik, toen iemand me een leuk bedrag bood. Ik nam er een veel snellere Puch voor terug.
Zodra de helm verplicht werd, was voor mij de lol eraf. Op mijn zeventiende ruilde ik m'n vehikel van de ene op de andere dag in voor een Motobecane-racefiets, kleur goud. Zo eentje had niemand in mijn omgeving!
Ik fietste ALTIJD door rood. Ik maakte zelf wel uit of het verkeer veilig genoeg was om over te steken...! Tuurlijk, als ik een politieauto zag hield ik in, want mezelf onnodig op kosten jagen wilde ik niet. Het ging wel eens mis: zo bezit ik twee fietsbekeuringen, beide voor 'met losse handen rijden'. Vijf gulden per keer, meteen ter plekke te betalen. De grap hiervan is dat het echt waar is.
Op mijn achttiende werd ik (goed)gekeurd voor de militaire dienst, maar vier jaar later zorgde ik alsnog dat ik - via de indertijd bekende route van theaterspel en 'S5' - niet in dienst hoefde. Ik was panisch voor het leger. Zag me al de hele dag bevelen van anderen opvolgen...
In de zoektocht naar mijn identiteit, want daar komt het uiteraard allemaal op neer, behield ik standaard de weerzin tegen alles wat standaard is. Mijn eigen grijze massa gebruikte ik het liefst om te zien hoe ik kon ontsnappen aan die grote grijze massa buiten mij. Dat doe ik eigenlijk nog steeds. Ok voor mijn klanten! Ik wil nt even anders, iets meer kleur, gn gewone foto's, opmerkelijke teksten. Ik wens u oprecht hetzelfde toe. ...Maar niet 'te', want dn gaat je kop eraf in het Hollandse maaiveld.
Ik heb Abraham inmiddels gezien, en diezelfde fiets van vroeger bezit ik nog altijd. Af en toe pak ik hem, en toer ik een eindje. Om inspiratie op te doen. Maar nee, ik rijd niet meer door rood.

September 2008, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Ongezouten

Ons adres valt in een verkeerd postcodegebied. Bijna dagelijks worden wij gebeld door goedkope energieleveranciers, onbetrouwbare beveiligers en ander gespuis. Laatst hing zelfs 's avonds na negenen nog een notabene bekend onderzoeksbureau aan de lijn. De inmiddels zeer beruchte vraag was of ik wilde meewerken aan een consumentenonderzoek. Meestal zeg ik in zo'n geval: 'Ik niet, maar mijn vrouw wel.' Maar op dit tijdstip?
Vroeger zou ik meteen zijn gaan schelden. Sinds ik besef dat het vaak jongeren zijn in de leeftijd van mijn eigen oudste kinderen die hun best doen voor een paar rotcenten, heb ik geleerd mezelf te temperen. Dus ik wimpelde de andere kant van de internetverbinding simpel maar doeltreffend af met: 'Ik heb hier geen zin in. Succes bij de volgende. Goedenavond.' Keurig, toch?
Ik heb een diepgewortelde behoefte om net mijn mening te uiten. Dat zit zo: vanaf de laatste klas van de lagere school moet ik verplicht overal een standpunt over innemen. Ik herinner me een legendarische les waarin we de Tweede Kamer naspeelden. Het debat ging over de vraag of meisjes ook soldaat moesten kunnen worden. Het was 1969, begrijp me goed. Tegen de heersende opvattingen in vond ik van wel. Dus verzon ik wat argumenten, en tot mijn eigen verbazing kreeg ik mijn hele fractie mee. Het hoofd van de meester werd almaar roder...
Op de middelbare school moest je kiezen tussen Van Agt en Den Uyl, maar ik wilde anders stemmen. Of neem Noord- en Zuid-Vietnam. God weet wat die Russen en Amerikanen daar deden, maar je mest kiezen. Net als bij de Falklandeilanden, en bij de Israeli's of de Palestijnen, de katholieken of de protestanten. En nu weer China nee/ja. Ik snap zowel de 'voors' als de 'tegens' heel goed, dt is mijn probleem.
Heb je een bepaald oordeel over iets, dan kun je dat tegenwoordig als schijt zo eenvoudig kwijt op internet. Leerlingen schrijven de lelijkste dingen over hun leraren. Als je niet lekker hebt gegeten, nagel je meteen het restaurant aan de schandpaal. Want er zat niet voldoende zout in je vlees en de bediening was niet prettig. Dat het waarschijnlijk aan je eigen ongenuanceerde pestbui lag, zal je worst wezen. Ja, als eettent zou je het lef moeten hebben dat als 'Re-Reactie' te plaatsen. En laat de scholieren maar blij zijn dat hun docenten niet openhartig gaan zeuren over hn...
Geen Stijl dus. Ik verfoei deze trend van ongebreidelde kritiek. Want schelden beschadigt en doet pijn. Aan de andere kant... ...Wij Hollanders snappen ook wel dat je niet alles moet geloven wat je hoort en ziet in de media. Wij zijn wel wijzer, toch?

Juli 2008, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Knowing Me, Knowing You

Het liedje Knowing Me, Knowing You van Abba, dat nergens over gaat, wordt gebruikt als tune van het gelijknamige nieuwe tv-programma op Nederland 3, dat ook nergens over gaat. Ik heb aan een van de uitzendingen meegewerkt. Mijn bijdrage was bescheiden: slechts n zwembroek groot.
Het zit zo: teksten schrijven is fantastisch leuk, maar er zijn daarnaast nog andere amusante zaken in het leven. Daarom verkoop ik mezelf ook als acteur, dagvoorzitter of typetje. En anderhalf jaar geleden heb ik mij ingeschreven bij een modellen- en figurantenbureau. Gewoon, voor de gein. Af en toe treed ik zo als Onbekende Bekende Nederlander op in een bedrijfsfilm of tv-programma.
Begin maart was het weer zo ver. Ik bevond mij in een studio in Almere, samen met zeven andere onbekende mannen. We waren allemaal louter gehuld in een zwembroekje. En wat denk je? Tijdens de repetitie stonden we ineens oog in oog met Paul de Leeuw! Die had daags ervoor Mooi Weer gespeeld met het zwarte tangaatje van een streakende dierenactivist. Dat had hij voor het oog van de tv-camera levend gevild! We knepen 'm dus. Wat deed Paul hier...?
Gelukkig, hij bleek slechts de producer van het nieuwe programma. Ons merkte de nationale knuffelbeer nauwelijks op, zo druk was hij bezig met het professioneel beoordelen van een aantal niet-levende decorstukken op de set. Die moesten het strand van Texel verbeelden. Op dat eiland hadden producent Edwin de Vries, regisseur Monique van de Ven en hoofdrolspelers Sophie Hilbrand en Waldemar Torenstra acht weken lang intensief samengewerkt aan hun film Zomerhitte.
Om nu te zeggen dat ze elkaar sindsdien goed kennen, het thema van het programma: nee. Interessanter nog was de ontdekking dat zij bovendien weinig oog hadden gehad voor derden. Hun trouwe purser van de veerboot Den Helder - Texel werd bijvoorbeeld door geen van vier als zodanig herkend.
Dt was mijn leerpunt - en niet het feit dat op nauwelijks een meter afstand van mij de glinsterende oogjes van de Turks Fruit-diva naar mijn strakke zwemmodelletje afdaalden. Ik stond mij daar in de line-up af te vragen wie er allemaal weten wat ik precies doe, en wat ik nou eigenlijk van anderen weet. Zo ben ik er sinds kort van op de hoogte dat er in mijn woonplaats Leek rubberproducten worden gefabriceerd: 'alles van condooms tot autobanden, behalve condooms en autobanden', zoals de bedrijfseigenaar het treffend verwoordde. Knowing Me, Knowing You, dr gaat het om in Ondernemersland.

April 2008, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Bij de neus

Waarom heeft een brievenleverancier de noordelijke nobelprijs 2007 voor het jonge ondernemen gekregen? Ik snap dat niet. Begrijp me goed: een pluim voor de oer-Hollandse handelsgeest van de bedenkers. Zij zagen het al bestaande en steeds maar groter groeiende gat in de markt - we hebben het hier over de afnemende schrijfkwaliteit van de gemiddelde Nederlander - en sprongen erin. En ze maakten bij voorbaat een lange neus naar hun critici.
Die neus was echter de snotkoker van de slinkse Pinokkio. Ook het verhaal van Cyrano de Bergerac is bekend. Hij schreef - uit naam van de minder getalenteerde Christian - mooie brieven aan de knappe Roxanne. Zij viel als een blok voor de potisch-romantische woorden, maar haalde wel - vanwege zijn te lange snufferd - haar neus voor Cyrano op. Het liep niet zo goed met hem af. Ook niet met Pinokkio, trouwens, in het oorspronkelijke werk van Carlo Collodi.
Ik schrijf eveneens brieven op bestelling. En ook mijn opdrachtgevers zetten hun naam onder mijn teksten. Dus wat is het verschil? Dat is de leugen, of, zoals Khaled Hosseini in zijn fraaie boek De Vliegeraar zegt, de diefstal van iemands recht op de waarheid. Van een zakelijke brief die hij ontvangt wt de gemiddelde Nederlander dat de ondertekenaar hem niet zelf heeft geschreven. Niemand plaatst daar een vraagteken bij. (Hoewel ik een voorstander ben van extra vermelding van de daadwerkelijke auteur.) Maar andermans product van internet gebruiken om je geliefde 'persoonlijk' een hart onder de riem te steken of je condoleances te verwoorden, is gevoelloos.
Gelukkig acht ik de gemiddelde Nederlander verstandig genoeg om er niet in te trappen. Als je een liefdesbrief naar iemand stuurt die jouw krabbelkwaal kent, heeft die lezer natuurlijk meteen door dat jij de tekst niet zelf hebt gefabriceerd. Je bedrieglijke sollicitatiebrief wordt - vroeg of laat - heus wel herkend als het toetsenbordproduct van een professional. Veel personeelsmedewerkers en HR-managers hebben daar een neus voor. Of zouden die internetpenners opzettelijk een paar kromme zinnen en spelfouten erin goochelen, voor een vals reukspoor?
Ik heb nog nooit een sollicitatie- of liefdesbrief voor een ander geschreven. Wel geef ik geregeld algemene en persoonlijke tips, maar iemand moet zelf zijn brief opstellen. (Mijn suggesties wrken, kan ik overigens zeggen). Als je je volledig laat helpen door iemand, maak dan gewoon bekend hoe de tekst tot stand is gekomen. 'Deze brief heb ik via internet gekocht, maar hij dekt helemaal de lading van wat ik kwijt wil.' Dat kun je toch zeggen? Is dat nou zo moeilijk? Neem die gok eens!

Februari 2008, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Lichaamsprijs

Een lijf met de juiste maten verkoopt zichzelf. Sex sells, heet dat. Daaraan moest ik denken toen ik laatst van een goede vriend hoorde dat hij ergens had gelezen wat de essentie van ondernemen is. Het kwam erop neer dat je vooral een goede vakman moet zijn, "dan komt de rest vanzelf".
Tja... Die komt wel even aan, natuurlijk. "Ben ik eigenlijk wel een vakman?", vraag je je meteen af. (Ik mag graag alles in dit leven op mezelf betrekken.) "Wie bepaalt dat eigenlijk?", is de volgende kwestie. Mag je van jezelf zeggen dat je een vakman bent? Het antwoord: nee! Je bent het alleen als anderen dat vinden.
Is iedere zelfstandige een vakman of vakvrouw? Tuurlijk niet! Er schuilt heel wat kaf onder het koren. Als ik alleen al in mijn eigen branche kijk: ik kom massa's taalfouten, kromme zinnen en stupide formuleringen tegen op websites en in andere producties van zogenaamde tekstschrijvers en communicatiedeskundigen. Al zijn er vanzelfsprekend ook goede bij.
Het omgekeerde is evenmin waar: zker niet iedere specialist op zijn gebied is een ondernemer. Anders zou het bij de inschrijfbalie van de Kamer van Koophandel veel drukker zijn.
Volgende punt is: kun je van jezelf zeggen dat je een ondernemer bent? Tja... Waar ligt de lat hiervoor? En we legt die lat? Voor mij is een ondernemer vooral een eigenzinnige pionier die van aanpakken houdt. In het kader van mijn theateronderneming Makoenders vroeg iemand mij vorig jaar: "Verzorgt u ook kinderpartijtjes met toneel?" Mijn antwoord: "Dat heb ik nog nooit gedaan, maar het lijkt me erg leuk." En zo werd een nieuwe activiteit geboren. Elke dag gooi ik mijn hele ziel en zaligheid in iedere theater- en schrijfopdracht. Elke vezel in mijn bast werkt mee. Ik adem mijn bedrijf. Ik geef alles wat ik heb.
Daarom is mijn uurtarief in euro's gebaseerd op mijn lichaamsgewicht in kilo's. (Ik ben tamelijk slank.) Mijn schrijfprijs per woord - in eurocenten - heb ik bepaald aan de hand van mijn leeftijd in jaren. (Ik ben nog niet oud.) Als je mij een dagdeel inhuurt voor een schrijftraining of presentatie, kost je dat m'n lichaamslengte in centimeters. (Ik ben enigszins klein van stuk.) Meer zit er niet in.

December 2007, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Pura vida

Grote bekendheid geniet Costa Rica nog niet. Het land van de Tico's, zoals de vijf miljoen inwoners zichzelf noemen, is een toeristische trekpleister in opkomst. Amerikanen en Europeanen weten het al goed te vinden, en deze democratie zonder leger speelt daar goed op in. De laatste stukjes nog-niet-gekapt tropisch regenwoud zijn inmiddels verheven tot nationaal park. Avontuurlijke bezoekers worden op hun wenken bediend met Jungle Safari, raften en boomtopkabelbaanvermaak (canopy). Langs de kusten verrijzen uit het niets meersterrenaccommodaties die in Saint Tropez niet zouden misstaan.
Iedere mogelijkheid om de natuurlijke omgeving uit te baten (of uit te buiten) wordt benut. Elf vulkanen kreunen om mr exploitatie, en op t-shirts smeken krokodillen: Stuur meer toeristen, want ze smaken heerlijk.
Wie op een eenvoudige manier wat geld wil verdienen, trekt een oranje verkeershesje aan en bewaakt tegen vergoeding de dure huurautos van toeristen. Of hij gebruikt zijn eigen oud barrel als (zwarte) taxi. De grens tussen wat mag en wat niet mag is nog tamelijk grijs in de weelderig groene parel tussen de Atlantische Oceaan en de Pacific. Overal langs de weg verkopen kleine agrarirs hun bananen, pipas (jonge kokosnoten), papayas en nog veel meer, zelfs aardbeien. De prijzen? Wat de gek ervoor geeft.
Bed & Breakfast is al uit Engeland overgewaaid, en wie een stuk land bezit met een warmwaterbron maakt daar tegenwoordig een badplaatsje van. Ik ken iemand die een perceel onbegaanbaar tropisch regenwoud heeft gekocht, omdat hij denkt dat het straks veel meer waard is f om er in de toekomst zelf een hotel bij neer te zetten. In het paradijs van Costa Rica worden dromen werkelijkheid.
Of niet, want er kan op elk moment een vulkaan uitbarsten. El Arenal spuugt zelfs continu lava uit. Dat spektakel is s nachts met het blote oog te zien. Dus is de weg naar het mooiste uitzichtspunt bezaaid met hotels en restaurants. In n ervan staat Vulcano Rice, een kegelvormig bergje rijst met kip, op de menukaart.
Deelnemen aan het nerveus toeterende verkeer betekent trouwens in het hele land grote kans op een aanrijding, waarbij je duizenden kraters van gaten in het wegdek moet zien te ontwijken. Bandenverkopers en uitdeukers varen er wel bij.
Bedrijvigheid alom in dit land, maar de grootste ondernemers zijn toch wel de allerarmsten. Hoe moet je overleven als je niks hebt? Het lukt, met losse stukken plastic als optimistisch dak tegen de regen n met een glimlach op het gezicht. Want na elke onweersbui schijnt altijd weer de zon. Dus probeer je er steeds wat van te maken en geniet je van alles - zolang het je tijd nog niet is. Pura Vida (het echte leven), zeggen de Ticos. Daar kunnen wij nog wat van leren.

Oktober 2007, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Ze is er wel, maar je ziet haar niet

Een ghostwriter is iemand die de pen overneemt van een opdrachtgever. Hij schrijft het gewenste stuk en geeft dat vervolgens aan zijn klant. Deze hoeft er alleen nog zijn eigen naam onder te zetten, en dan het is net alsof hij de hele tekst zelf heeft opgesteld. Als ghostwriter moet je dus vooral niet de drang hebben om beroemd te worden. Je steekt je hele ziel en zaligheid in een speech of andersoortige tekst, terwijl iemand anders er de lovende woorden voor krijgt. f de kritiek, en dan is de anonimiteit wel weer prettig.
Ghostwriting, ofwel spookschrijven. Klinkt heel wat, maar duister is het net. Het gebeurt vrij veel. Niet voor niets zijn er tekstschrijvers en communicatiebureaus die de discipline aanbieden. Waarom zou je daar geen gebruik van maken? Als je de tijd niet hebt, de schrijfvaardigheid mist of beter kan praten dan je gedachten op papier zetten, is het een geweldige uitkomst. Zeker zo lang het je eigen ideen zijn die worden verkondigd.
Politici, directeuren en voorzitters hebben vaak een privpenner. Deze neemt hun speeches voor zijn rekening, hun columns in het bedrijfsblad en geregeld ook opinirende, informerende of enthousiasmerende artikelen. Niks mis mee.
Niet alleen in de politiek en het bedrijfsleven zijn er ghostwriters, ook in de mediawereld. Nog geen kwart van de BNers schrijft zijn columns zelf, schat ik. Zelfs de literatuur schijnt er niet vies van te zijn. Boze tongen beweren dat ook beroemde auteurs zich wel eens hebben ingelaten met spookschrijfpraktijken. Een naargeestige gedachte...
Namen noemen zij niet. We zullen daarom niet gauw te weten komen wie niet echt de tijd en het talent had om zelf plaats te nemen achter de typemachine of de pc. Want waar de ghostwriter in de huid kruipt van zijn klant om namens hem een boodschap te verkondigen, krijgt hij, geestig genoeg, vooral betaald om zijn mond te houden. Stel dat je als opdrachtgever de verkeerde treft Dan wordt zon ghostwriter een klopgeest, die je nog jarenlang kan achtervolgen.
Ik ben er voorstander van dat altijd de naam van de daadwerkelijke auteur, al is het maar met kleine lettertjes, erbij wordt vermeld. Daarom maak ik nu bekend dat deze column - overigens alleen in dit nummer - voor negentig procent is geschreven door Femke Hesselink, tweedejaarsstudente Communicatie van de Hanzehogeschool in Groningen.

Juli 2007, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Lekker stuk

Onze vaatwasser is kapot. Ja, goed voor de relatie. (Hoewel, het is bij ons altijd gezellig in de keuken. Ons huwelijk is zo robuust als een Miele.) Mijn band is ook lek, en ik heb net een lamp in de auto vervangen.
Ligt het aan mij, of gaan spullen tegenwoordig steeds eerder stuk? Schoon genoeg heb ik ervan! Uitzondering is onze tv, die elke avond aanstaat. Hij is al 13, deze zwarte Duitser, en hij doet het nog steeds. Heeft niets ingeboet aan beeldkwaliteit en gooit nog altijd zijn stereogeluid de kamer in alsof ik in de bios zit. Wel zien we geregeld minder van films vanwege twee dikke stroken zwart. Breedbeeld met smalbuis moet hier nog zijn intrede doen. Daarom hopen we eigenlijk
Nee, dan de wasmachine. Die gaat sinds kort spontaan aan de wandel en vertoont kuren met de elektra of de elektronica (of beide). We zetten hem aan, hij begint vol goede moed, maar scheidt er al gauw mee uit. We drukken opnieuw op het knopje, en hij gaat weer aan de gang. Maar na een seconde of tien zegt-ie: Bekijk het maar. Dat zeggen wij nu ook.
Andere miskopen: een kruimeldief die nog geen haartje van de grond krijgt, een ovenklok die hinderlijk zoemt en niet de juiste tijd aangeeft, een telefoon met display die elke drie weken nieuwe batterijen nodig heeft, een pc waarvan de cd-brander dienst weigert, een andere pc met een tv-kaart die niet werkt, een digitale camera mt video-opname, maar in ons geval znder, enzovoort Geloof me: ik kan nog wel even doorgaan.
Elk nadeel heeft zijn voordeel. Je mag terug naar die winkel. Reclameren, heerlijk! Niet alleen voor die leuke dame, maar gewapend met de kassabon vooral kijken wie het gesprek wint. In mijn jeugd zag ik daar nog enorm tegen op. Wat als men mij, langharige tiener, niet gelooft, aankoopnota ten spijt? Ik zie het nu weer aan mijn oudste zoon. Hij kreeg een i-pod voor zijn verjaardag. Dat ding zelf deed raar, zijn oplader niks. We hoorden een knalletje, er siste wat en vervolgens nada. Hij, schoorvoetend, ermee terug. Kreeg-ie alleen een nieuw oplaadsnoer mee. Dat bleek niet te helpen. Hij weer terug. Wat denk je? Houden ze hem daar een nachtje, voor onderzoek. (Nee, niet mijn zoon.) Daarna pas gaven ze een nieuwe mee.
Wat ws ik gelukkig, toen ik mijn eerste grijze haren mocht begroeten! Eindelijk werd ik serieusgenomen. Sindsdien heb ik de grootste lol in verhaal halen. Een nieuwe meekrijgen is leuk, geld terug het leukst. Zelf schrijf ik teksten. Niet tevreden? Niet betalen. Zo logisch als wat.

April 2007, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Doe wat je wil!

In mijn vorige leven haalde ik mijn neus wel eens op voor zakenblaadjes met mooi-weer-shows in combinatie met advertenties. Nu sta ik er zelf in, nog wel met een column. Het kan dus verkeren. Hier volgt mijn verhaal.
Zeven jaar geleden konden we geen geschikt toneelspel vinden voor onze jaarlijkse voorstellingen op de basisschool in mijn woonplaats. Daarom schreef ik zelf maar een stuk. Dat was leuk! Ik zette het op internet, en ik schreef nog meer stukken. Mijn online-toneeluitgeverij was een feit. Bij Makoenders kon je het hele werk via e-mail als zichtzending ontvangen, en dat was tamelijk revolutionair in de toneelwereld. Ik wilde graag weg bij de telecomgigant waar ik net iets te lang in loondienst had gewerkt. Ik hongerde naar een eigen tekstenbureau, droomde van betaald acteren en zag mezelf al als deeltijddocent op een HBO-opleiding.
Waar een wil is, is een weg. Dus keek ik om me heen en schreef ik brieven voor banen die me wel wat leken. Dat bleek fun! Van de vier keer werd ik drie keer uitgenodigd voor een gesprek. (Als u het ondernemen zat bent en een werkgever zoekt, bel me gerust. Dan vertel ik u hoe ik dit kunstje flikte.)
De sollicitatiegesprekken verliepen perfect. Drie keer kwam ik dolenthousiast thuis. Helaas kozen twee organisaties uiteindelijk voor die andere laatst overgebleven kandidaat en liet het derde bedrijf niet eens meer van zich horen. t Is natuurlijk geen schande om tweede van Idols te worden, maar je bent - X-factor of niet - liever die ene met dat platencontract.
Enfin, toen maakte ik de zevende reorganisatie in zeven jaar mee. De communicatiefunctie verdwijnt uit Groningen, luidde de boodschap. Ik mocht intern solliciteren op een andere job. In Den Haag, wel te verstaan.
Zelfs mt magneetbaan of poldertrein zou ik niet graag kiezen voor zon saaie stad vol zwevende politici en met als enige trefzekere ambassadeur een dartkampioen. Ik trok me terug uit de procedure, verspeelde daarmee mijn kans op een uitkering en werd door ongeveer iedereen voor gek verklaard.
Met een bescheiden oprotpremie als zwembandje sprong ik in het diepe. Vier dagen voordat mijn baan ophield schreef De Tekstenman zich in bij de Kamer van Koophandel. Daarna zocht ik contact met oude bekenden. Ik meldde me, met mn onderwijsbevoegdheid uit 1986, bij een gespecialiseerd uitzendbureau. En als ervaren amateurtoneelspeler nam ik contact op met een theaterorganisatie.
Al snel scoorde ik mijn eerste schrijfopdracht. Mn bedrijf begon te lopen! Op de verjaardag van mijn vrouw had ik een goede auditie bij het theaterbureau, en sindsdien verhuur ik mezelf geregeld als acteur. Een sollicitatiegesprek op de Hanzehogeschool kwam uit de lucht vallen. Na tien minuten was ik daar parttime leraar.
Ik doe nu precies wat ik wil. We hebben thuis normaal te eten, en het ondernemen smaakt naar meer!

Februari 2007, verschenen in Het Ondernemersbelang (Westerkwartier)




Overige columns


De gevel van Katja

Laatst lag ik te kijken naar de film Interview met Katja Schuurman en Pierre Bokma (die zo op Gijs Scholten van Aschat lijkt). Katja speelde geweldig, Bokma goed. Ik heb de ontknoping niet afgewacht, omdat het geheel me toch minder kon boeien dan de prangende vraag waarop ik in groeiende onrust beslist een antwoord wilde: zijn die twee 'hoofdrolspelers' nou echt of?
Omdat ik wl zeker wist dat ik naar Katja had zitten kijken maar eraan twijfelde of haar tegenspeler Pierre of Gijs was, zocht ik dat op in onze tv-gids. Goed. Bokma, dus toch. Ik las de beschrijving van het verhaal meteen even, en zag dat er een opmerking werd gemaakt over het bijzondere einde van de film. Shit! Te vroeg gestopt met kijken
Ik zocht direct op internet of ik kon vinden hoe dat slot precies ging. Een leuke speurtocht was dat. Wat ik er in de talloze weblogs en 'recensies' - en in een of andere dieptepsychologische verhandeling van vele pagina's lang - over kon vinden, is dat Bokma z'n vrouw heeft vermoord en dat bekent aan Katja, die zelf uit de doeken doet dat zij ten dode is opgeschreven - of nee, niet zij zelf. (Of zoiets.)
(De gebeurtenis brengt mij overigens op een uitspraak van Johnny de Mol in de krant, onlangs: mensen geven zo gauw iets op tegenwoordig: een relatie na tien maanden, een studie na tien dagen. En ik dus een film na een half uur. Zoals ik graag een boek dat mij niet interessant lijkt na tien bladzijden terzijde leg.)
Bent u er nog? Terug naar Katja's Interview. Je hoort (haar) beweren dat haar bos hout nep is. Nou, ik twijfel daar nu dus aan. Het vertoont al niet dat opgevulde, typische siliconensfeertje van een Pamela Anderson. En ik zag ooit een kleine cliffhanger uit De oesters van Nam Kee, en toen vermoedde ik al iets. Maar het voornaamste argument geeft Katja - samen met Theo van Gogh - zelf. Ook dit heb ik uit de tweede hand, want behalve het einde van de film heb ik helaas eveneens het begin gemist.
In de openingsscenes boort La Schuurman hoogstpersoonlijk pardoes haar karretje in de gevel van de woning waar de rolprent is opgenomen, notabene haar eigen huis. "De handrem vergeten. Een ongelukje dat niet in het script stond", zo verklaarden de later tragisch om het leven gekomen cineast en de nu gelukkig getrouwde diva destijds over dit geval. Fantastisch spel, van ze, op de grens van werkelijkheid en schijn, net als de twee filmsterren virtuoos dansend op het slappe koord van de waarheid! Katja kan liegen alsof het gedrukt staat. Ik weet genoeg. Het is allemaal zo dubbel als wat.

3 november 2006




Overbezorgd

'We pamperen onze pubers', luidde niet al te lang geleden een klacht van een opvoedkundige in een of ander vrouwentijdschrift. Ik denk dat dit een schromelijke onderschatting is. We overmoederen namelijk een hele natie. Al jaren. We weten van gekkigheid zelfs niet meer wat we doen.
Wij hebben drie zoons, van 18, 16 en 12. De eerste rolden we indertijd op advies van de verzamelde zuigelingenzorg op z'n zij, de ene keer op de linkerwang, dan weer de rechterwang. Dat deden we trouw, want je wilt het beste voor je baby. Koud twee jaar later was het ineens beter om het nieuwe leventje op z'n buik te leggen. Dat gaf de grootste kans op voorkomen van wiegendood. We twijfelden. En wat denk je? Onze nummer drie moest vier jaar later op z'n rug. Gewoon, een kwestie van de jongste inzichten.
De denkrichting van tegenwoordig? Geen idee. Ik wil het niet weten ook. Kinderzitjes in de auto, idem dito. Dreumes wel of niet op de voorbank, hoofdje voor of achter? Ach, laat maar zitten.
Op advies van m'n tandartsen hebben inmiddels alle vormen van poetsen in mijn mond de revue gepasseerd. Omhoog en omlaag heen en weer, van links naar rechts heen en weer, alleen met de tand mee in verticale richting, beetje schuin op de grens van tand en tandvlees, lichtjes ronddraaien Ik ben er duizelig van geworden. Wat tegenwoordig het beste is? Elektrisch, zeggen ze.
De nieuwste betuttelingstrend is 'evenementje afblazen'. We cancelen echter te kust en te keur. Zo mag je wel in Afghanistan rondlopen in een dik soldatenpak met zware rugzak, maar niet in Nijmegen. Twee dodelijke slachtoffers bij de Vierdaagse is waarachtig een ramp. Maar, beste warmhoofden, zorg dan voor duidelijke waarschuwingen vooraf, maan tot kalmte, gun de wandelaars een veel ruimere aankomsttijd zodat ze op het heetst van de dag hun Hollandse sista kunnen houden n ruk heel veel extra water aan. Maar je moet gewoon doorgaan.
Wie fietst, regelt zelf automatisch z'n verkoeling. Ook in Drenthe. Zelfs bij wind mee voelen alle windsnelheden lager dan de eigen fietssnelheid als een welkom zomerbriesje op de blozende bejaardenwang. Op een tweewieler krijg je het pas warm als je er aan het eind van de tocht van afstapt.
En dan die arme strandwandelaars. Door de oververhitte organisatie werden ze ruw van hun verfrissende zeewindje weggehaald en pardoes een verstikkende autobus in gemarcheerd. Voor een bedompte rit van ver over de 34 kilometer. Nee, wees dan consequent. Verbied alle sport behalve schaken en dammen. Of ga nog een stap verder en verbied beweging. Dan blijf je vast in leven.

28 juli 2006




Ivanov, mijn held!

Scheidsrechter Ivanov trok tijdens de WK-karatewedstrijd tussen Portugal en Nederland zoveel kaarten dat de internationale pers de volgende dag volledig in de war bleek van het juiste aantal. Diverse getallen circuleerden, maar het waren er toch werkelijk twintig: zestien gele en vier rode. Onvoorstelbaar veel, maar er zat geen onterechte kaart bij! Ivanov volgde eenvoudig de spelregels.
Een bal meenemen of wegtrappen bij een vrije trap is tegenwoordig geel, een schwalbe is geel, een trap van achteren op het lichaam is geel (of rood, afhankelijk van de ernst of de veldpositie van het slachtoffer), en twee keer (niet drie keer) geel is rood. Ik heb Ivanov geen fout zien maken, maar de hele wereld wel Wie is er nu gek?
Sepp Blatter dus. Want de voorzitter van de internationale voetbalbond FIFA, nota bene de eindverantwoordelijke voor alle spelregels, wist doodleuk na afloop van de krankzinnige worstelpartij te vertellen dat de scheidsrechter deze keer zelf een gele kaart had verdiend. Feit is echter dat de gemiddelde leidsman veel te weinig kleur bekent. Voetballers konden daardoor tot nog toe vrijwel ongelimiteerd hun gang gaan met vals spel.
Een schwalbe? Soms geel, maar meestal niet. Bal wegtrappen? Geen scheids die dit spelbederf bestrafte. Ivanov bracht in n klap de kentering. Want wat zag je in de WK-wedstrijden erna? Veel minder zware overtredingen, geen bal die nog werd aangeraakt na het fluitje van de scheids, nauwelijks schwalbes en weinig (maar nog altijd te veel) theater, kortom: een veel sportiever spel. Reclame voor Het Voetbal.
Juist de zinderende match tussen Frankrijk en Spanje, n die gemakkelijk had kunnen ontaarden, bleek een ontmoeting tussen eerlijk stoeiende vrienden te kunnen zijn. Natuurlijk, bij Nederland tegen Portugal moesten de spelers, hun coaches, de toeschouwers in het stadion en de hele televisiekijkende wereld er nog aan wennen. Maar hij, Ivanov, heeft voor de Grosse Wende gezorgd. Nu maar hopen dat Blatter dit ook heel snel inziet. Gelukkig kreeg Scolari, de bondscoach van Portugal, nul op het rekest om de rode kaart voor Deco in te trekken.
Ivanov, je bent een held! En geef nu die tijdrekkende keepers maar eens twee keer geel = rood. Dan mag je van mij de finale fluiten.

28 juni 2006



Wouter van Schie